Wat is EHBO?

E.H.B.O. staat voor Eerste Hulp Bij Ongelukken.
Het is de hulp en bijstand die wordt verleend door leken — dus niet-medisch geschoolde personen — aan mensen die letsel hebben opgelopen of plotseling ziek worden, in afwachting van professionele hulp.

Het belangrijkste doel van EHBO is het voorkomen van verder gevaar of schade voor het slachtoffer.
Met andere woorden: EHBO is alles wat u kunt doen om de toestand van een slachtoffer te stabiliseren of verslechtering te voorkomen, totdat deskundige hulpverlening kan worden overgenomen.

De geschiedenis van EHBO

De oorsprong van de EHBO ligt in Engeland.
In 1877 richtte de arts John Furley een organisatie op met als doel mensen op te leiden in het verlenen van eerste hulp. Al tien jaar later bezaten meer dan 100.000 Engelsen een EHBO-diploma.

Zestien jaar later bereikte het idee Nederland, dankzij de Amsterdamse arts C.B. Tilanus. Zijn initiatief werd aanvankelijk met scepsis ontvangen: veel artsen vonden dat eerste hulp uitsluitend door medisch geschoolden mocht worden verleend. Toch zette Tilanus door en richtte in 1893 de Vereniging Eerste Hulp Bij Ongelukken op.

 

In de daaropvolgende jaren ontstonden er overal in Nederland lokale EHBO-verenigingen, waaronder in 1933 de afdeling Lisse.
De beginjaren verliepen niet zonder problemen. Bij enkele rampen in het begin van de 20e eeuw bleek de samenwerking tussen verenigingen onvoldoende. Dit leidde tot de noodzaak voor eenheid en betere afstemming. Prins Hendrik, de echtgenoot van Koningin Wilhelmina, zette zich persoonlijk in voor verbetering.

 

Om meer uniformiteit te creëren werd in 1909 het Oranje Kruis opgericht, een landelijke organisatie die zich richtte op de standaardisering van EHBO-cursussen en diploma’s.
Pas in 1951 werd het landelijke eenheidsdiploma EHBO officieel ingevoerd. Twee jaar later kreeg de vereniging het predicaat “Koninklijke”.


Vandaag de dag zijn er meer dan 300.000 mensen in het bezit van dit diploma — een bewijs van de blijvende waarde van EHBO in onze samenleving.